Uit de Liszt Kring en uit de Lisztwereld: nieuwe publicaties, ontdekkingen, mensen en muziek.
Extra dik Tijdschrift 2026 verschijnt vóór december
De redactie van het Tijdschrift van de Franz Liszt Kring 2026 is vrijwel rond. Donateurs kunnen deze extra dikke uitgave nog vóór december in de brievenbus verwachten.
Het nummer bevat vijf uitgebreide artikelen:
Franz Liszt, het Castello di Duino en La Perla. Feiten en fictie, door Hedwige Baeck-Schilders
Herinneringen aan Franz Liszt. Onbekende getuigenissen van Marie von Thurn und Taxis, Anna Rilke en Nadine Helbig, door Christo Lelie
Malédiction: ontstaansgeschiedenis en bron van inspiratie, door Albert Brussee
Elisa Meerti en Franz Liszt, door Hedwige Baeck-Schilders
Liszt en de Tsjechische componisten (werktitel), door Olga de Kort
Nog geen donateur? Meld u aan en ontvang het tijdschrift thuis.
Studeren bij Liszt in 1875: de herinneringen van Anna Rilke
Pianiste Anna Rilke studeerde in 1875 bij Liszt in Weimar en schreef daar later levendig over, in een vrijwel onbekende autobiografie.
Christo Lelie, voorzitter van de Liszt Kring, vertaalde fragmenten uit dit boek. Daarin komt Liszt als leraar op een unieke manier tot leven. Tijdens de Liszt-dag op 17 oktober las hij er al uit voor. De complete herinneringen verschijnen, vertaald en met toelichting, in het Tijdschrift 2026. Daarin staan ook de getuigenissen van twee andere vrouwen die Liszt van dichtbij meemaakten: Marie von Thurn und Taxis en Nadine Helbig.
In de pianoles bij Liszt: het notitieboek van Heinrich Lutter
Liszt gaf zo’n vierhonderd pianisten les en bedacht in feite de masterclass. Een nieuw ontdekte bron laat zien wát hij zijn leerlingen precies vertelde.
Liszt-student Heinrich Lutter (1854–1937) noteerde tussen 1881 en 1885 nauwkeurig de adviezen die Liszt in Weimar gaf, vaak per maat, bij meer dan honderd composities. Het gaat vooral om Liszt zelf, Beethoven en Chopin. Het notitieboek lag onontsloten in het Goethe- und Schiller-Archiv, tot de Zwitserse pianist en musicoloog Bernhard Ruchti het ontdekte. Hij gaf het uit als Bei Franz Liszt in der Klavierstunde.
Voor pianisten is het een schatkamer: Liszt over tempo, articulatie, expressie en veelgemaakte fouten. Een uitgebreide bespreking staat in Liszt Bulletin 47.
Afscheid van Albert Brussee als bestuurslid
Na ruim twintig jaar als bestuurslid en secretaris heeft Albert Brussee, die op 6 mei tachtig werd, afscheid genomen van het bestuur. Als redacteur van het tijdschrift blijft hij betrokken.
Albert Brussee is lid sinds de oprichting in 1979 en geldt internationaal als een gerenommeerd Liszt-onderzoeker. Tijdens zijn feestconcert op 31 mei in Schiedam ontving hij de bronzen Liszt-plaquette die hoort bij het erelidmaatschap van de Franz Liszt Kring. Hij gaat zich nu wijden aan zijn nieuwe boek Drie jaar uit het leven van Franz Liszt (1833–1835).
Tegelijk presenteerde hij de dubbel-cd L’Histoire de ma vie en musique, een bloemlezing uit acht cd’s met opnamen uit 1974–2017. Daarop staan onder meer zes vroege versies uit Liszts Harmonies poétiques et religieuses die Brussee zelf ontdekte en uitgaf. Bestellen kan via albertbrussee.nl.
Het bestuur zoekt versterking
Heeft u hart voor Liszt en wilt u meebouwen aan de toekomst van de Kring? Er zijn twee vacatures.
Bestuurssecretaris interne zaken. U notuleert de bestuursvergaderingen (circa drie per jaar), verzorgt de eindredactie van het Liszt Bulletin en schrijft nieuwsbrieven en teksten voor website en sociale media.
Medewerker publiciteit, pr en website. U zorgt voor publiciteit, fondsenwerving en het beheer van de website, als bestuurslid of als externe medewerker. Dit is eventueel te combineren met de functie van secretaris.
Vóór de Altenburg, waar Liszt van 1848 tot 1861 woonde, komt een monument voor Franz Liszt en Richard Wagner. De onthulling staat gepland voor mei 2029.
Het initiatief komt van de Deutsche Liszt-Gesellschaft, met Nike Wagner als beschermvrouwe. Zij is een achterkleindochter van Liszt. Het motto, Liszts Traum. Mai 1849, verwijst naar Liszts droom dat hij en Wagner samen een nieuwe bloeitijd in Weimar zouden inluiden. Het verwijst ook naar mei 1849, toen Wagner als vluchteling onderdak vond in de Altenburg en dankzij Liszt met een vals paspoort naar Zwitserland kon ontkomen.